Fonds Leren en Ontwikkelen Wooncorporaties

Woningcorporaties en slimme meters en netwerken - Flow Kenniscentrum

Flow Kenniscentrum
logo Flow Euro Portal

bij Woningcorporaties en slimme meters ...

Als onderdeel van het Derde Energie Akkoord (Third Energy Package) dringt de Europese Unie erop aan dat in 2020 bij 80% van alle Europese huishoudens zogenaamde slimme meters worden geïnstalleerd. Deze slimme meters kunnen elektriciteitsverbruik van de consument tijdens korte intervallen meten (bijvoorbeeld elk kwartier). Daardoor ontstaat er een beter overzicht van het consumptiepatroon bij zowel de consument zelf als de leveranciers. Dit bewustzijn zal naar verwachting tot gedragsverandering van de consument en daardoor besparing van energie leiden. Daarnaast kunnen de leveranciers de meters op afstand lezen. Dit levert niet alleen een kostenbesparing op omdat het niet meer nodig zal zijn om bij consument thuis de meter af te lezen, de meters zijn ook onderdeel van de zogenaamde Smart Grids (slimme netwerken). De leveranciers beschikken namelijk over precieze en up-to-date informatie over het verbruik van hun klanten. Ze kunnen dan efficiënter en goedkoper stroom inkopen bij producenten, wat tot minder overproductie zal leiden. Omdat stroom snel verspreid en niet opgeslagen kan worden, zou dit tot aanzienlijke besparingen kunnen leiden. Ook zullen de netbeheerders storingen sneller kunnen verhelpen.

De doelstelling van 80% in 2020 is vastgelegd in Richtlijn 2009/72. De lidstaten zijn echter niet automatisch verplicht aan deze doelstelling te voldoen. Eerst kan namelijk er namelijk een kosten-batenanalyse voor de consument en voor de markt gemaakt worden. Ook kunnen de lidstaten onderzoek doen naar welke vorm van slim met economisch haalbaar en kosteneffectief is. Pas als deze analyse zich positief uitspreekt over de invoering van een bepaald type slimme meter, dan zijn de lidstaten verplicht aan de doelstelling te voldoen. Te meer omdat er geen strakke definitie van de slimme meter in de Richtlijn is opgenomen, bestaat er voor de lidstaten nog veel speelruimte tijdens de implementatie.

1.

Voortgang dossier

Het dossier bevindt zich in de implementatiefase. Dat betekent dat het initiatief nu bij de Nederlandse regering ligt. Zoals voorzien in de Richtlijn heeft de overheid eerst een kosten-batenanalyse laten uitvoeren door het KEMA. De uitkomsten van het rapport werden door voormalig minister Van der Hoeven geïnterpreteerd als een bevestiging van het nut van de slimme meters in Nederland. In eerste instantie werd er daarom ingezet op een snelle en verplichte invoering. De Eerste Kamer was echter bezorgd over de implicaties van het op afstand aflezen van de meter voor de privacy van consumenten. Bovendien wilde minister Van der Hoeven de meter verplicht invoeren bij nieuwbouw of renovatie van gebouwen. Die verplichting is nu verdwenen en consumenten zouden volgens de huidige voorstellen vrijwillig voor de meter kunnen kiezen. Ook kwam de minister met garanties voor de privacy van burgers. Burgers dienen in staat gesteld te worden, het op afstand aflezen van de meter uit te kunnen zetten. De Eerste Kamer stemde uiteindelijk op 22 februari 2011 in met de voorstellen.

In mei 2011 stelde de Commissie in een Mededeling dat het de invoering van slimme meters in de lidstaten nauwlettend in de gaten houdt. Mocht er te weinig vooruitgang geboekt worden, dan zal de Commissie met maatregelen komen. Als de lidstaten de doelstelling van 80% niet halen dan gaat niet alleen potentiele energiebesparing verloren, maar komt ook de succesvolle invoering van smart grids in gevaar.

2.

Effect op woningbouwcorporaties

De installatie van slimme meters vereist een aanzienlijke investering van de consument of van de huiseigenaar. Volgens de huidige voorstellen zal installatie tot en met eind 2012 vooral plaatsvinden bij nieuwbouw en grootschalige renovatie. Als de overheid na 2012 de invoering positief beoordeelt, zal een groot deel van de huurders van de woningcorporaties een slimme meter moeten aanschaffen. De vraag is of met een vrijwillige invoering 80% van de huishoudens voor een slimme meter zal kiezen.

3.

Beïnvloedingsmogelijkheden

De beïnvloedingsmogelijkheden bevinden zich op dit moment vooral op nationaal niveau. De Richtlijn voorziet geen strakke methode van implementatie en is de implementatie ook afhankelijk van een positieve beoordeling ten aanzien van kosteneffectiviteit en kosten-batenanalyse. Bovendien bestaat er maatschappelijke weerstand tegen de slimme meters, vanwege zorgen over privacybescherming. De vraag is of met een vrijwillige invoering 80% van de huishoudens voor een slimme meter zal kiezen.

Daarnaast is de functionaliteit van de slimme meters voor leveranciers grotendeels afhankelijk van de effectiviteit van slimme netwerken. Wetgeving op dit terrein bevindt zich nog in de voorbereidende fase.

4.

Stakeholders

Het nieuwe ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie onder leiding van minister Verhagen is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Europese Richtlijn. Het College Bescherming Persoonsgegevens heeft zich kritisch uitgelaten over de slimme meters. Bezorgde burgers hebben zich georganiseerd op http://www.wijvertrouwenslimmemetersniet.nl/. Met de aanpassingen na het protest in de Eerste Kamer lijken de meeste zorgen te zijn weggenomen.

5.

Meer informatie

 
  • Home
Geachte bezoeker,
De Stichting Fonds Leren en Ontwikkelen Wooncorporaties (FLOW) waardeert het dat u mee wilt doen aan onze enquête. De uitkomst van deze enquête wordt gebruikt om de website beter op uw wensen af te stemmen.
Het invullen van de vragenlijst duurt slechts enkele minuten.
Klik op Doorgaan voor het invullen van de enquête. Klik op Stoppen voor het verlaten van dit scherm.