Fonds Leren en Ontwikkelen Wooncorporaties

Relatie EU-Rusland - Flow Kenniscentrum

Flow Kenniscentrum
logo Flow Euro Portal

bij Relatie EU-Rusland

Relatie EU-Rusland

Kremlin (foto Meghas)
Bron: Meghas - WikiMedia

De relatie tussen de Europese Unie (EU) en Rusland is gespannen. Meerdere conflicten spelen hierbij een rol. De EU en Rusland botsen sinds 2014 bijvoorbeeld over de annexatie van de Krim en de Russische steun aan pro-Russische rebellen in Oekraïne. Daarnaast vindt de EU de mensenrechtensituatie in Rusland zorgelijk. Rusland heeft op haar beurt felle kritiek op het Europese nabuurschapsbeleid. Beide machten zijn het bovendien oneens over de manier van omgaan met de Syrische burgeroorlog.

Binnen de EU bestaat discussie over de aanpak van deze moeizame relatie. Voorstanders willen een harde aanpak. Anderzijds willen lidstaten door een milde opstelling escalatie voorkomen. Dit komt met name door de handelsbelangen in Rusland en de afhankelijkheid van Russische energie.

Toch heeft de EU verschillende sancties ingesteld tegen Rusland. Voor de Krim en Sebastopol geldt bijvoorbeeld een invoerverbod en de toegang tot bepaalde kapitaalmarkten van de EU is beperkt voor Rusland. Rusland heeft tegenmaatregelen genomen en bijvoorbeeld een zwarte lijst opgesteld van tientallen Europese politici en militairen, die Rusland niet meer betreden mogen. Ook zette de Russische regering de import van landbouwproducten uit de EU-landen stop. De militaire activiteit op de Zee van Azov is voorlopig een nieuw dieptepunt, waarop de Europese regeringsleiders besloten de sancties tegen Rusland te verlengen.

1.

Samenwerkingsverbanden

Vanaf het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, in december 1991, onderhoudt de Europese Unie diplomatieke relaties met Rusland. Rusland is de derde handelspartner van de EU. Dat zorgt voor een groot belang van goede contacten en een noodzaak vanuit de Europese Unie om te blijven streven naar juridisch bindende akkoorden.

Het bereiken van dergelijke akkoorden wordt echter verhinderd door de moeizame relatie tussen beide partijen. Zo heeft de Europese Unie grote moeite met de bemoeienis van Rusland in het conflict in Oekraïne, en heeft Rusland op zijn beurt moeite met het Europees nabuurschapsbeleid.

2.

Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst

In 1994 sloten de Europese Unie, Rusland en de Nieuwe Onafhankelijke Staten (NOS) , een Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst (PSO). In december 1997 trad deze overeenkomst in werking met als doel een geschikt kader te bieden voor een politieke dialoog omtrent het versterken van democratie, (markt)economie en wederzijdse investeringen.

3.

Vier Gemeenschappelijke Ruimten

Nadat de Europese Unie in 2003 haar plannen voor het Europees Nabuurschapsbeleid (ENP) had gepresenteerd, besloot Rusland zich hier niet bij aan te sluiten. Het land koos ervoor om een 'gelijke partner' van Europa te worden, in tegenstelling tot 'junior partner', zoals het ENP in de optiek van Rusland probeerde te bereiken met aangesloten landen.

Rusland vatte deelname aan het ENP door voormalige Sovjetstaten Oekraïne, Azerbeidzjan, Wit-Rusland, Moldavië en Georgië op als een partnerschap tegen Rusland. Door de uitbreidingsplannen van de Europese Unie kwam ook de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst met Rusland onder druk te staan, vooral met betrekking tot de Centraal-Europese landen. Sinds 2006 wordt dan ook met Rusland onderhandeld over een akkoord dat de PSO moet vervangen. Hierover is echter nog altijd geen overeenstemming bereikt, mede door de verslechterde relatie.

Rusland en de EU besloten in de tussentijd vier gemeenschappelijke ruimten te creëren om samenwerking te bevorderen. Er bestonden weinig concrete verschillen tussen de actiepunten van het ENP en de actiepunten van de vier gemeenschappelijke ruimten. Daarom komen de Europese subsidies ook uit het ENP-programma. In 2005, tijdens de conferenties van Moskou en London, werd een programma uitgestippeld voor vier beleidsterreinen. Deze hebben betrekking op:

  • 1. 
    Een Gemeenschappelijke Economische Ruimte
  • 2. 
    Een Gemeenschappelijke Ruimte voor Vrijheid, Veiligheid en Justitie
  • 3. 
    Een Gemeenschappelijke Ruimte voor Externe Veiligheid
  • 4. 
    Een Gemeenschappelijke Ruimte voor Onderwijs en Onderzoek

4.

Lid van de Wereldhandelsorganisatie

Sinds het sluiten van de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst (PSO) in 1994, hebben beide partijen ernaar gestreefd om Rusland toe te laten treden tot de Wereldhandelsorganisatie (WHO). Op 15 december 2011 is Rusland toegetreden tot de organisatie, die inmiddels 162 leden telt.

5.

EU-Rusland top

Net als de PSO, vormt de EU-Rusland top een geschikt kader om conflicten op te lossen en relaties tussen beide partijen te onderhouden en waar mogelijk te verbeteren. Zo werd tijdens een top in juni 2013 gesproken over de situatie in Syrië, het Iraans nucleair programma, Afghanistan, Noord-Korea, regionale conflicten in Europa en de economische situatie van beide partijen. In januari 2014, tijdens de 32e EU-Rusland top, spraken beide partijen af te zullen kijken naar de gevolgen van het Europese Nabuurschapsbeleid (ENP) voor Rusland. Van Rompuy, toenmalig voorzitter van de Europese Raad, stelde dat ook Rusland kan profiteren van de verdragen.

De daarop volgende maanden zijn de spanningen tussen de EU en Rusland toegenomen. Na de Russische annexatie van het Oekraïense schiereiland Krim in maart 2014, is de EU met sancties gekomen. Deze bestaan uit een zwarte lijst van personen die de toegang tot de EU wordt geweigerd en die geen aanspraak kunnen maken op hun Europese tegoeden. Daarnaast vormde de annexatie voor de EU aanleiding om de EU-Rusland top in juni 2014 af te blazen.

6.

Problematische dossiers

Energiebeleid

De Europese Unie is voor een groot gedeelte afhankelijk van Russisch gas. Rusland is de grootste olie- en gasexporteur naar de Europese Unie. Het door Rusland gevoerde energiebeleid wordt daarom scherp in de gaten gehouden en vormt een essentieel onderdeel van de de EU-Rusland relatie. Pijpleidingen lopen zowel door niet-EU-lidstaten (Wit-Rusland en Oekraïne), als door Polen en Duitsland. De Europese afhankelijkheid van Russische energie is een niet zelden gebruikt pressiemiddel.

In april 2014 laaide de energiediscussie op. Het Russische staatsenergiebedrijf Gazprom beëindigde de korting van dertig procent op gas voor Oekraïne. Hierdoor zal de schuld van Oekraïne verder oplopen. Gazprom waarschuwde eind februari 2015 dat als Oekraïne niet snel voor het Russische gas betaalt, zij de gaslevering stopzetten. Aangezien de helft van het Russische gas dat West-Europa ontvangt via Oekraïne loopt, zal een dergelijke maatregel ook landen als Nederland treffen.

Op 15 februari 2015 presenteerde Eurocommissaris Maroš Sefčovič de plannen voor een energie-unie. Het plan is dat de lidstaten nauwer gaan samenwerken op het gebied van energie om zo onafhankelijker te worden van Russisch gas.

Rusland en Griekenland sloten op 19 juni 2015 een akkoord over een verlenging van de geplande gaspijpleiding Turkish Stream naar Griekenland. Turkish Stream zal via een pijpleiding in de Zwarte Zee Russisch gas gaan vervoeren naar Turkije en via Griekenland naar Europa. De pijpleiding zou in 2019 in gebruik moeten worden genomen en had jaarlijks 47 miljard kubieke meter aardgas moeten transporteren naar Europa. In december 2015 heeft Rusland echter de onderhandelingen over de pijplijn stopgezet als onderdeel van de sancties tegen Turkije. Daaropvolgend heeft de Turkse regering ook officieel het project opgegeven.

Mensenrechten

Afgezien van het Europees Nabuurschapsbeleid, het conflict in Oekraïne en de grote afhankelijkheid van Russische energie-export spelen meerdere factoren een rol in de moeilijke relatie tussen de Europese Unie en Rusland. Het niet zorgvuldig naleven van mensenrechten is er één van. Een garantie tot het verbeteren van de mensenrechtensituatie in Rusland is voor de Europese Unie een belangrijke voorwaarde bij het sluiten van verdragen. In het verleden heeft de EU meermaals kritiek en zorgen geuit over de mensenrechtenschendingen als de omstreden antihomowetgeving, de belemmering van het recht op demonstreren en het gebrek aan vrijheid van meningsuiting.

Daarnaast heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens Rusland veroordeeld voor meer dan tweehonderd doden en verdwijningen in Tsjetsjenië. De stabiliteit van de regio en waarborging van de mensenrechten en Tsjetsjeense cultuur zijn van groot belang voor de EU.

Mensenrechtenactivisten

Een bekend voorbeeld is de moord op de Russische journaliste en mensenrechtenactiviste Anna Politkovskaja in oktober 2006. Deze vond plaats nadat zij in publicaties oppositie voerde tegen Poetins beleid. Alexander Litvinenko, een voormalig officier bij de Russische Veiligheidsdienst, werd in 2006 vergiftigd en stierf in december van dat jaar nadat hij Poetin had beschuldigd van het bevelen van de moord op Anna Politkovskaja.

Ook bij de advocaat Sergej Magnitsky werden mensenrechten geschonden. In november 2008 werd de Rus zonder proces gevangen gezet nadat hij grootschalige diefstal van belastinggelden, goedgekeurd door de Russische overheid, aan de kaak had gesteld. Hij zat ruim 11 maanden vast en stierf uiteindelijk aan hartfalen.

Een ander voorbeeld is de veroordeling van leden van de band Pussy Riot in 2012. Met een optreden tijdens een kerkdienst in Moskou protesteerden zij onder andere tegen de herverkiezing van president Vladimir Poetin. De leden van de band werden gearresteerd en verbannen naar een strafkamp. Eind december 2013 werden de bandleden vrijgelaten. Tijdens de Olympische Winterspelen in Sochi kwam deze protestgroep met enige acties, maar hun invloed was beperkt.

Het verdachte overlijden van prominente Russische criticasters, onder de heerschappij van president Poetin en president Medvedev, kwam Rusland op veel internationale kritiek te staan. Zo werd in februari 2015 politicus Boris Nemtsov vermoord, luttele uren nadat hij een publieke oproep had gedaan tot het staken tegen Russische betrokkenheid bij de oorlog in Oekraïne. Rusland pareert de kritiek met het argument dat de EU niets te zeggen heeft over de binnenlandse beleidsvoering van Rusland.

Neerstorten MH17

In juli 2014 stortte een vliegtuig van Malaysia Airlines neer in Oost-Oekraïne. Daarbij kwamen 298 mensen om het leven, onder wie 193 Nederlanders. Vermoed wordt dat het toestel per ongeluk is neergeschoten door pro-Russische separatisten, met behulp van een door Rusland geleverd raketsysteem. Buitenlandse waarnemers konden de rampplek moeilijk bereiken.

Verschillende EU-leiders vinden dat Poetin de pro-Russische separatisten moet dwingen om beter mee te werken in het rampgebied. De EU besloot na het incident tot economische sancties tegen Rusland.

Sancties

Lange tijd wilde de EU niet overgaan tot economische sancties, maar na de vliegramp werden de 28 lidstaten het toch eens om dergelijke sancties tegen Rusland in te voeren.

In reactie op deze sancties heeft Rusland de import van alle landbouwproducten uit de Verenigde Staten en alle groenten en fruit uit de EU-lidstaten verboden. Voor de EU is hiermee een bedrag van circa 5 miljard euro gemoeid. Nederland levert een relatief groot deel van deze producten. Rusland heeft eveneens een zwarte lijst opgesteld met inreisverboden voor circa 90 Europese politici en militairen. Op deze Russische zwarte lijst staan politici die kritiek hebben geuit op Rusland en de politieke omwenteling in Oekraïne steunden.

Op de Europese top van 30 augustus 2014 besloot de Europese Raad, wegens aanhoudende Russische steun aan de separatisten in Oost-Oekraïne, de sancties met spoed uit te breiden. Daarnaast trok Brussel 125 miljoen euro uit om de gedupeerde landbouwsector te compenseren.

In maart 2015 besloot de Europese Raad de economische strafmaatregelen te koppelen aan het nakomen van het vredesakkoord voor Oost-Oekraïne ('Minsk II'). De meeste Europese leiders zijn tegen het leveren van wapens aan Oekraïne. De Europese Unie ziet meer in diplomatiek overleg.

Er zijn drie sanctiepakketten van kracht:

  • bevriezing van tegoeden en inreisverboden: dit geldt voor circa 150 personen en enkele tientallen organisaties die mede verantwoordelijk zijn voor schending van territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne.
  • economische sancties tegen de Krim en Sebastopol: een verbod op de invoer van goederen uit deze twee gebieden, de export van bepaalde goederen naar die gebieden en een verbod op investeringen - deze zijn verlengd tot 23 juni 2019
  • economische sancties tegen specifieke sectoren van de Russische economie - deze zijn verlengd tot 31 juli 2019.

Desinformatie en hacken

De Europese Unie stelt dat Rusland de eigen bevolking te vaak een verkeerd beeld van gebeurtenissen en de relatie met het westen voorschotelt. Nederland en Polen spraken na de ramp met MH17 af een eigen Russischtalig persagentschap op te richten om tegenwicht te bieden tegen Russische propaganda. En vanaf 1 september 2015 heeft de diplomatieke dienst van de EU een eigen, kleine, eenheid opgericht om desinformatie te bestrijden. Met name journalisten in Rusland en diens buurlanden worden ondersteund én zullen worden voorgehouden hoeveel goeds het Europese beleid vermag.

De activiteiten van deze eenheid worden volledig door de lidstaten uitgevoerd en betaald. Rusland stelt dat het zelf juist de agressieve westerse propaganda aan de kaak wil stellen.

Daarnaast is meldde EEAS dat Russische organisaties de ambassade van de Europese Unie in Moskou hebben gehackt in 2017. Ook werden de afgelopen jaren verschillende denktanks aangevallen door staatshackers, aldus Microsoft.

Incident op de Zee van Azov

In november 2018 vond er een incident plaats op de Zee van Azov waarbij de Russische marine met geweld drie Oekraïense militaire schepen in beslag nam en de bemanning arresteerde. Oekraïne sprak van Russische agressie maar volgens de Russische president Poetin was er sprake van een verkiezingsstunt van de Oekraïense president Porosjenko.

Hoewel de Europese (regerings)leiders eensgezind waren in het uitspreken van hun afkeur van dit incident is er geen sprake van een gezamenlijke tegenreactie. De sancties tegen Rusland zijn naar aanleiding van dit incident wel verlengd.

7.

Meer informatie

 
  • Home
Geachte bezoeker,
De Stichting Fonds Leren en Ontwikkelen Wooncorporaties (FLOW) waardeert het dat u mee wilt doen aan onze enquête. De uitkomst van deze enquête wordt gebruikt om de website beter op uw wensen af te stemmen.
Het invullen van de vragenlijst duurt slechts enkele minuten.
Klik op Doorgaan voor het invullen van de enquête. Klik op Stoppen voor het verlaten van dit scherm.