Fonds Leren en Ontwikkelen Wooncorporaties

Sociale dimensie interne markt - Flow Kenniscentrum

Flow Kenniscentrum
logo Flow Euro Portal

bij Sociale dimensie interne markt

Marianne Thyssen
Bron: European Commission

Op de sociale top van Gotenburg in november 2017 hebben de Europese instellingen de Europese Pijler van Sociale Grondrechten ondertekend. De Europese Commissie wilde hiermee benadrukken dat EU-lidstaten sociale rechten niet uit het oog mogen verliezen tegen de achtergrond van een alsmaar veranderende arbeidsmarkt en verdergaande Europese samenwerking. De sociale dimensie is hiermee een prominenter onderdeel van Europees beleid geworden.

Inmiddels zijn de uitgangspunten van de sociale pijler vertaald in meerdere wetgevende initiatieven, die gedurende het mandaat van de Commissie Juncker zijn voorgelegd aan de Raad en het Europees Parlement.

Een belangrijk voorstel voor Nederland was de herziening van de detacheringsrichtlijn, die inmiddels is aangenomen door Raad en Parlement. Die richtlijn zorgt ervoor dat werknemers uit andere landen slechts voor een beperkte tijd als detaché werkzaam mogen zijn in het buitenland. Ook werd een voorstel voor uitbreiding van het vaderschapsverlof aangenomen. In haar laatste halfjaar wil de Commissie Juncker ook nog graag overeenstemming bereiken over onder meer het pakket inzake sociale rechtvaardigheid en coördinatie van socialezekerheidsstelsels.

1.

Sociale Pijler

De sociale pijler van Europa is een initiatief van de Europese Commissie om de rechten van burgers op het gebied van werkgelegenheid en sociale zekerheid te versterken. Ook is de pijler ontwikkeld om regelgeving in de lidstaten op dit beleidsterrein beter op elkaar af te stemmen.

2.

Pakket inzake Sociale Rechtvaardigheid

Het Pakket inzake Sociale Rechtvaardigheid bevat de volgende onderdelen, waarbij eerlijke arbeidsmobiliteit centraal staat:

Europese Arbeidsautoriteit

De verordening tot oprichting van een Europese Arbeidsautoriteit is inmiddels aangenomen. Deze nieuwe instantie zal in de toekomst een brug zijn tussen arbeidsinspecties van de lidstaten. Op Europees niveau zal de arbeidsautoriteit de naleving van de sociale regelgeving controleren. Met deze arbeidsautoriteit zullen de bevoegdheden van de Europes Unie als het gaat om sociale wetgeving dus toenemen. Volgens verschillende partijen is dit nodig, omdat arbeid steeds vaker grensoverschrijdend is.

Sociale bescherming van zelfstandigen en atypische werknemers

In april 2019 heeft het Europees Parlement nieuwe regels aangenomen om oproepkrachten, zelfstandigen en flexwerkers te beschermen. Werkgevers mogen zelfstandigen die zij aannemen voor korte opdrachten niet belemmeren als zij ook bij een andere werkgever aan de slag willen. Verder moeten werkgevers afspraken maken met oproepkrachten over de werktijden en mogen deze werknemers opdrachten weigeren die buiten de afgesproken uren vallen. Ook mag een proeftijd niet langer dan 6 maanden duren. In 2022 moeten de lidstaten de richtlijn hebben omgezet in nationale wetgeving.

Nederland en Europa

De Nederlandse regering staat positief tegenover bevordering van werkgelegenheid en aanscherping van wetten over arbeidsverhoudingen vanuit Brussel. De nieuwe regels moeten echter niet botsen met het regeerakkoord of het bedrijfsleven onnodig belasten. Ook ziet Nederland zelfstandigen niet als kwetsbaar en moet er ruimte blijven voor verschillen tussen lidstaten, behalve op het gebied van contractvormen.

Het kabinet is ook positief over de Europese Arbeidsautoriteit en het idee om beleidsuitvoering met het Europees Semester te monitoren. Het regeerakkoord van kabinet-Rutte III spreekt ook van het belang van internationale afspraken bij de aanpak van grensoverschrijdende problemen.

Besluitvorming

Over het voorstel voor betere informatievoorziening over arbeidsvoorwaarden wordt nu tussen de Raad en het Europees Parlement onderhandeld. De commissie Werkgelegenheid van het Parlement heeft het voorstel reeds behandeld. In februari 2019 werd bekend dat er een voorlopig akkoord is tussen het Europees Parlement en de Raad. Een formele stemming volgt nog. In Nederland heeft de Eerste Kamer het voorstel prioritair verklaard.

3.

Europese regelgeving over vader- en ouderschapsverlof

De duur van het vader- en ouderschapsverlof verschilt sterk tussen de EU-lidstaten. Deze verschillen kunnen leiden tot oneerlijke concurrentie, omdat werkgevers in de ene lidstaat meer geld kwijt zijn aan verlof dan in andere. Bovendien doet de EU haar best om discriminatie te bestrijden en deelneming van vrouwen aan de arbeidsmarkt te stimuleren.

De Commissie hoopt door een minimum te stellen aan de duur van het vader- en ouderschapsverlof bij te dragen aan gelijkheid tussen man en vrouw in de EU. Op 4 april 2019 stemde het Europees Parlement definitief in met nieuwe wetgeving over partnerverlof. Concreet houdt dit in:

  • Vaders krijgen het recht op tien verlofdagen rondom de geboorte van hun kind. Zij moeten hierbij minimaal het salaris ontvangen dat normaliter wordt uitgekeerd bij ziekte
  • Ouders hebben recht op vijf dagen zorgverlof, tegen een percentage van het brutoloon
  • Ouders hebben recht op vier maanden ouderschapsverlof, waarvan twee betaald. De twee maanden kunnen niet worden overgedragen tussen ouders
  • Er moeten meer mogelijkheden zijn tot flexibel werken, zoals werken op afstand

De Raad moet nog officieel instemmen met het voorstel. De lidstaten krijgen vervolgens drie jaar de tijd om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving.

Gevolgen voor Nederland

Het Europese voorstel voor het vaderschapsverlof leidde tot veel discussie. Omdat in Nederland het vaderschapsverlof nu twee dagen is zal de regelgeving duur uitvallen en zullen Nederlandse vaders er veel op vooruit gaan ten opzichte van andere lidstaten. Het wettelijk geregelde ouderschapsverlof is in Nederland nu nog maximaal 26 weken en is onbetaald.

De Nederlandse Eurocommissaris Frans Timmermans heeft zich erg voor het voorstel ingezet. Minister van Sociale Zaken, Wouter Koolmees, verzette zich in de Raad van de Europese Unie namens Nederland tegen het voorstel.

Na de publicatie van het voorstel in april 2017 heeft Nederland overwogen om de gele kaart procedure in te zetten. Een een meerderheid van de partijen in de Tweede Kamer vond dat het ouderschapsverlof een nationale kwestie is. Aangezien Nederland niet veel bijval kreeg van andere nationale parlementen, ging de behandeling van het wetsvoorstel gewoon door.

4.

Coördinatie socialezekerheidsstelsels

Door vrij verkeer van personen is het voor EU-burgers makkelijk om ergens anders te gaan wonen, werken en/of om te gaan reizen. Hierdoor is het volgens de Europese Commissie noodzakelijk dat overal in de EU dezelfde regels gelden wat betreft de sociale zekerheid.

De wetgeving rond socialezekerheidsstelsels heeft haken en ogen. Het komt voor dat burgers uit lidstaten met minder sociale zekerheid, zoals Roemenië en Bulgarije, naar andere lidstaten vertrekken om daar een uitkering aan te vragen. Dit staat ook wel bekend als uitkeringstoerisme. Om dit misbruik tegen te gaan is de Europese Commissie in december 2016 met een nieuw voorstel gekomen. Het voorstel bestaat uit de volgende onderdelen:

  • 1. 
    EU-burgers met een WW-uitkering die in een andere lidstaat een baan zoeken houden zes maanden recht op een uitkering uit het thuisland.
  • 2. 
    Wanneer EU-burgers minsten drie maanden in een andere lidstaat hebben gewerkt krijgen zij daar het recht om een werkeloosheidsuitkering op te bouwen. Dit plan is inmiddels gewijzigd naar een periode van één maand.
  • 3. 
    Werkende buitenlanders hebben recht op dezelfde kinderbijslag als werkenden in hun nieuwe woonland.
  • 4. 
    Mensen die wonen en werken rond de grenzen krijgen bij ontslag een uitkering van de lidstaat waar zij werkte.

Het voorstel geldt niet voor werknemers die in tijdelijke dienst door hun werkgever naar het buitenland worden gestuurd. Volgens EU-wetgeving vallen zij onder de detacheringsrichtlijn. Er vinden nu informele onderhandelingen plaats tussen de Raad, de Commissie en het Europees Parlement.

Over de ww-uitkering in een andere lidstaat is inmiddels wel overeenstemming. De Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement hebben een akkoord hierover bereikt. Volgens de nieuw in te voeren regels kunnen werknemers die minstens één maand in een ander EU-land gewerkt hebben aanspraakmaken op een werkloosheidsuitkering in hun gastland. Een buitenlandse werknemer mag dan ook weer terugverhuizen naar het land van herkomst met behoud van de werkloosheidsuitkering.

5.

Bescherming werknemers tegen kankerverwekkende stoffen

Op 5 april 2018 heeft de Commissie een voorstel gedaan over bescherming van werknemers tegen kankerverwekkende stoffen op het werk. Dit voorstel is gericht op de volgende punten:

  • 1. 
    De gezondheid van werknemers beter beschermen door de beroepsmatige blootstelling aan vijf kankerverwekkende stoffen te verminderen.
  • 2. 
    Meer duidelijkheid verschaffen voor werknemers, werkgevers en handhavingsinstanties.
  • 3. 
    Bij dragen aan een gelijk speelveld voor marktdeelnemers.

Daarnaast is het de bedoeling om voor andere kankerverwekkende stoffen bindende grenswaarden voor te stellen.

Op 19 september 2018 heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité advies uitgebracht.

6.

Herziening Eurofound

Stand van zaken

Op 23 augustus 2016 heeft de Commissie een voorstel gedaan over de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound). Het doel van het voorstel is de oprichtingsverordening van Eurofound uit 1975 te herzien. Er zijn twee redenen voor de herziening:

Deze verordening is inmiddels in werking getreden.

7.

Meer informatie

 
  • Home
Geachte bezoeker,
De Stichting Fonds Leren en Ontwikkelen Wooncorporaties (FLOW) waardeert het dat u mee wilt doen aan onze enquête. De uitkomst van deze enquête wordt gebruikt om de website beter op uw wensen af te stemmen.
Het invullen van de vragenlijst duurt slechts enkele minuten.
Klik op Doorgaan voor het invullen van de enquête. Klik op Stoppen voor het verlaten van dit scherm.