Fonds Leren en Ontwikkelen Wooncorporaties

Woningcorporaties en staatssteun - Flow Kenniscentrum

Flow Kenniscentrum
logo Flow Euro Portal

bij Woningcorporaties en staatssteun

geldbiljetten

Een van de belangrijkste vereisten voor een goed werkende Europese interne markt is een gezonde marktwerking vrij van concurrentievervalsing. Staatssteun kan worden opgevat als concurrentievervalsing omdat het begunstigde bedrijven een oneerlijk voordeel geeft met betrekking tot concurrenten. Deze oneerlijke concurrentie zou vervolgens nadelig zijn voor Europese burgers en een belangrijke stimulans voor vernieuwing en innovatie wegnemen. Het Directoraat-generaal Mededinging onder leiding van Commissaris Margrethe Vestager heeft dan ook als opdracht om concurrentieverstoring tot een minimum te beperken. In april 2014 heeft de Commissie een herziening van de regels voor staatssteun gepubliceerd op het gebied van milieubescherming en energie. Deze herziening van de maatregelen zou er voor moeten zorgen dat de Europese landen beter in staat worden gesteld om de 2020 doelstellingen voor hernieuwbare energie te bereiken zonder de markt al te ernstig te verstoren.

1.

Staatsteun en Nederlandse woningcorporaties

Dit onderwerp is van groot belang voor Nederlandse woningbouwcorporaties omdat deze mogelijk ook profiteren van ongeoorloofde staatsteun. Hierbij kan gedacht worden aan de garantiestelling via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW), de mogelijkheid om onder gunstige omstandigheden te bankieren bij overheidsbanken en steun aan projecten door het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV). Lange tijd was het dan ook onduidelijk of dit in strijd was met de Europese mededingingswetgeving.

In 2004 heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken daarom het Nederlandse volkshuisvestingssysteem ter notificatie aan Brussel aangeboden. Hierbij verzocht het ministerie de Europese Commissie om te onderzoeken of de Nederlandse wetgeving in overeenstemming is met Europese richtlijnen en of er mogelijk sprake is van ongeoorloofde staatssteun. De Commissie reageerde hierop door te stellen dat de sociale en commerciële activiteiten van woningcorporaties strikt van elkaar gescheiden moeten worden uitgeoefend zodat er geen sprake kan zijn subsidiëring van commerciële activiteiten. De sociale activiteiten zouden wel mogen profiteren van staatssteun, maar alleen als deze ten behoeve zijn van sociaal achtergestelde huishoudens. Welke huishoudens precies worden gerekend tot de groep ‘achtergestelde huishoudens’ bleef echter lange tijd onduidelijk en dit onderwerp was de afgelopen jaren een punt van discussie tussen Nederland en de Europese Commissie.

In oktober 2009 zijn toenmalige minister Van der Laan van VROM en de toenmalige eurocommissaris Mededinging Neelie Kroes tot een akkoord gekomen op dit gebied. Als gevolg daarvan heeft de Europese Commissie in december 2009 een beschikking gepubliceerd met daarin de voorwaarden voor het goedkeuren van staatssteun voor commerciële activiteiten van woningcorporatis. Deze beschikking is sinds 1 januari 2011 van kracht.

Het staatsteun dossier loopt al langer en komt voort uit het Actieplan Staatsteun uit 2005, hierin hebben bepaalde Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB) een uitzonderingspositie.

2.

Voortgang dossier

Nieuwe regels op het gebied staatssteun aan milieubeschermende initiatieven

Een van de gebieden waarvoor uitzonderingen bestaan op het gebied van staatssteun zijn milieubescherming en energie. De huidige regels voor staatssteun aan milieubeschermende initiatieven stamt uit 2008. In 2012 kwam de Commissie met een Rapport over modernisering van de regels voor staatssteun. Het rapport riep op tot duidelijkere normen en principes voor het beoordelen of staatssteun in overeenstemming is met algemene principes van de vrije markt. Hieropvolgend zijn meerdere consultatieronden gehouden, waarvan de laatste in februari 2014 sloot. In april 2014 heeft de Commissie de aanpassingen voor de staatssteunregels gepresenteerd.

Volgens de herziene richtlijnen wordt het verlenen van staatssteun beoordeeld op:

  • de bijdrage die het levert aan een goed gedefinieerde dienst van algemeen belang;
  • de noodzaak voor staatssteun, waarmee bedoeld wordt dat staatssteun kan zorgen voor materieële verbeteringen die niet door de markt kunnen worden bewerkstelligd;
  • de geschiktheid van het steuninstrument om de dienst van algemeen belang te dienen;
  • het motivatie effect: de steunmaatregelen veranderen het gedrag van de beoogden om extra inspanningen te leveren op een wijze die niet bereikt kan worden zonder de steunmaatregelen;
  • de steunmaatregelen zijn proportioneel ten aanzien van de aanmoediging die nodig is om betrokkenen te motiveren actie te ondernemen of te investeren in de betrokken doelstellingen;
  • er moeten geen grote onvoorziene negatieve gevolgen optreden door de staatssteun op de concurrentie en handel tussen de lidstaten;
  • de staatssteun moet op transparante wijze plaatsvinden, waarbij betrokkenen en publiek toegang heeft tot alle relevante informatie.

De aanpassingen als geheel hebben tot doel om meer efficiënt gebruik van publieke steun voor duurzame energie te bewerkstelligen die meer in overeenstemming is met marktprincipes. Hiermee hoopt de Commissie een bijdrage te leveren aan het voldoen aan klimaat- en energiedoelstellingen.

De nieuwe maatregelen zijn van invloed op woningcorporaties, aangezien ook energie-efficiëntie maatregelen worden gedekt door de nieuwe regels, zoals steunmaatregen voor milieuvriendelijke infrastructuur voor verwarming in wijken en steun voor renovatie van gebouwen. Het doel van de maatregelen voor energie-efficiëntie moet zijn om de doelstellingen van de Energy Efficiëntie richtlijn (EED) te behalen. In de EED hebben de lidstaten zich tot doel gesteld om in 2020 de gezamenlijke energie consumptie met 20% te reduceren.

Herziening van de groepsvrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun

Naast de nieuwe richtlijnen voor staatssteun op het gebied van milieubescherming en energie heeft de Commissie op 21 mei 2014 een voorstel voor een groepsvrijstelling van bepaalde categorieën steunmaatregelen aangenomen. Groepsvrijstelling stelt lidstaten in staat om onder de verplichting uit te komen om verlening van staatssteun te rapporteren bij de Commissie. Dit zorgt voor minder administratieve druk. Er hebben verschillende consultatierondes plaatsgevonden. Tijdens de laatste consultatieronde (gesloten op 12 februari 2014) werd stakeholders gevraagd om hun mening te geven over het meest recente voorstel voor de herziening.

De voorstellen voor groepsvrijstelling behelsen een verdere versimpeling en verduidelijking van bestaande regels. Daarnaast wordt er een uitbreiding voorgesteld voor mogelijkheden voor risicokapitaalhulp voor het MKB. De maximale investeringsmogelijkheden zijn uitgebreid en worden flexibeler toegepast zodat het MKB sneller en gemakkelijker aan kapitaal kan komen. Met name kleine en innovatieve bedrijven kunnen hier van profiteren. Sommige vormen van staatssteun op het gebied van milieubescherming en energie vallen tevens onder deze groepsvrijstelling. Deze hoeven niet meer door de Commissie te worden goedgekeurd.

De voorstellen voor groepsvrijstelling zijn op 17 juli 2014 van kracht geworden, in parallel met de bovenstaande richtlijnen.

Op 10 mei heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) een hoorzitting gehouden. Het hoofddoel van de hoorzitting was om te brainstormen over de uitdagingen en kansen die voortvloeien uit de huidige staatssteunregels voor diensten van algemeen economisch belang (SGEI).

Het EESC zal een initiatiefadvies uitbrengen over de toepassing van het besluit inzake de openbare vergoeding voor het verlenen van diensten van algemeen economisch belang (2012/21 / UE). Zij doen dit met als doel bij te dragen aan de komende evaluatie van de Commissie en bij te dragen aan de analyse van het SGEI-pakket. Daarom heeft het EESC nu een studie ingediend over de toepassing van de SGEI-regels op de openbare/publieke (public compensation) vergoeding. Op zowel regionaal als lokaal niveau hebben stakeholders (met name organisaties die SGEI aanbieden in de publieke sector) hun ernstige bezorgdheid uitgesproken, over kwesties die volgens hen onnodige obstakels of gebrek aan rechtszekerheid opleveren. Bovendien worden in de verslagen van de lidstaten de problemen rondom ' de verenigbaarheidsvereisten' niet aangepakt. Dit probleem wordt in de mededeling van de Commissie over het EU framework betreft staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienstverlening uitvoerig behandeld.

Al deze onderwerpen, samen met de belangrijkste conclusies en bevindingen van de studie, werden tijdens de hoorzitting grondig besproken. De onderwerpen werden aangesneden door sprekers van verschillende instellingen en maatschappelijke organisaties met stakeholders vanuit de hele Europese Unie. Meer informatie over de inhoud en uitkomst van het event is terug te vinden op het platform van de Stedelijke Agenda, waar kan worden mee gediscussieerd over de betreffende onderwerpen.

3.

Stakeholders

Staatssteundossiers worden behandeld binnen het Directoraat-generaal Mededinging van de Europese Commissie. Verantwoordelijke Commissaris is Margrethe Vestager.

4.

Europese dossiers

5.

Meer informatie

 
  • Home
Geachte bezoeker,
De Stichting Fonds Leren en Ontwikkelen Wooncorporaties (FLOW) waardeert het dat u mee wilt doen aan onze enquête. De uitkomst van deze enquête wordt gebruikt om de website beter op uw wensen af te stemmen.
Het invullen van de vragenlijst duurt slechts enkele minuten.
Klik op Doorgaan voor het invullen van de enquête. Klik op Stoppen voor het verlaten van dit scherm.