Fonds Leren en Ontwikkelen Wooncorporaties

Woningcorporaties en luchtkwaliteit - Flow Kenniscentrum

Flow Kenniscentrum
logo Flow Euro Portal

bij Woningcorporaties en luchtkwaliteit

 
fly-overs snelwegen tegen blauwe lucht

Veel nationale milieuwetten en bepalingen zijn afkomstig uit EU-regelgeving, zo ook onderwerpen met betrekking tot luchtkwaliteit en fijnstof. Luchtkwaliteit wordt beïnvloed door invloeden van binnen en buiten de landsgrens. Er is dus sprake van een duidelijke grensoverschrijdende problematiek waarbij een Europese aanpak vrijwel noodzakelijk is.

1.

Fijnstof

Fijnstof is een mengsel van deeltjes van verschillende grootte en samenstelling. Sommige typen fijnstof zijn schadelijker voor de gezondheid dan andere. Het is nog niet precies duidelijk wat de precieze samenstelling en herkomst van fijnstof is. Een deel is afkomstig uit natuurlijke bronnen, zoals opwaaiend stof en zogenaamd 'zeezout aërosol'. Een ander deel bestaat uit de verzurende emissies ammoniak, stikstofoxiden en zwaveldioxide.

Het wegverkeer zorgt voor de meest schadelijke emissies. Het gaat dan bijvoorbeeld om roetdeeltjes in uitlaatgassen en stofresten van remschijven en koppelingsplaten. Andere bronnen van fijnstof zijn uitlaatgassen van zeescheepvaart en binnenvaart, verbrandingsprocessen in de industrie, en houtkachels in woningen.

2.

Regelgeving omtrent luchtkwaliteit

Om de luchtkwaliteit in Europa te verbeteren heeft de Europese Commissie in 2005 een thematische strategie betreffende luchtkwaliteit voorgesteld. Deze strategie, waarbij onder andere een specifieke richtlijn i inzake de luchtkwaliteit werd goedgekeurd in april 2008, stelt strengere grenswaarden aan de maximaal toegestane hoeveelheid fijnstof die in de lucht aanwezig mag zijn.

De lidstaten zijn zelf verantwoordelijk voor de bewaking en naleving van de luchtkwaliteit en moeten in veel gevallen hun nationale wetgeving aanpassen om aan de nieuwe eisen te voldoen. Doordat de bouwsector veel fijnstof uitstoot, is de (striktere) regelgeving van invloed op de bouwsector en daarmee ook relevant voor woningcorporaties.

Het doel van de strategie was om alle lidstaten tegen 2010 te laten voldoen aan de eisen die gesteld werden in de richtlijn luchtkwaliteit uit 2008. Om dit doel te bereiken moest iedere lidstaat een rapport uitbrengen waarin stond of het nationale emissieplafond voor de meest schadelijke luchtverontreinigende stoffen wel of niet gehaald was. Nederland heeft een gedeelte van de doelstellingen voor 2010 gehaald. Er is echter ook een deel van de doelstellingen niet gehaald. Dit werd geweten aan de economische recessie in 2009.

Slechte luchtkwaliteit blijft echter een groot probleem binnen de EU. Om ervoor te zorgen dat schone lucht hoog op de agenda blijft staan, heeft de Europese Commissie in december 2013 een nieuw voorstel gepresenteerd. Dit is op 18 december 2013 aangenomen. Dit voorstel heet ‘The clean air policy package’ en bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder:

  • • 
    Een nieuw programma Schone lucht voor Europa met maatregelen om ervoor te zorgen dat de bestaande doelstellingen op korte termijn worden behaald. Daarnaast bevat het programma nieuwe doelstellingen inzake luchtkwaliteit voor de periode tot 2030. Het pakket bevat tevens ondersteunende maatregelen om luchtverontreiniging te helpen bestrijden, waarbij de klemtoon ligt op verbetering van de luchtkwaliteit in steden, ondersteunend onderzoek en innovatie en de bevordering van internationale samenwerking.
  • • 
    Een herziening van de richtlijn inzake nationale emissieplafonds met striktere nationale emissieplafonds voor antropogene verontreinigende stoffen. Deze hernieuwde richtlijn, eind December 2016 aangenomen, stelt emissieplafonds voor vijf stoffen welken risico's meebrengen voor de menselijke gezondheid en het milieu. Daarnaast geeft de richtlijn eisen omtrent het monitoren van de methoden en doelstellingen.

3.

Effect op Nederlandse woningcorporaties

Nederland is het enige land in Europa dat een koppeling hanteert tussen ruimtelijke ordeningsbesluiten en luchtkwaliteit. Dit betekent dat gemeenten geen toestemming mogen geven voor een nieuw bestemmingsplan, als op bouwlocaties de Europese normen worden overschreden en als door de bouwplannen de luchtkwaliteit verslechtert.

De aanleg van een groot aantal bouwprojecten en bestemmingsplannen is dan ook stilgelegd door uitspraken van de Raad van State. Om dit probleem het hoofd te bieden is in het Besluit Luchtkwaliteit vastgesteld dat bouwplannen wel door mogen gaan als tegenover een lokale verslechtering van de luchtkwaliteit ook een even grote verbetering staat. Een lokale verslechtering van de luchtkwaliteit moet op zo’n manier gecompenseerd worden dat de lokale luchtkwaliteit er per saldo op vooruit gaat. Dit wordt de saldobenadering genoemd. Maatregelen ter vermindering van de concentratie van een bepaalde stof dienen betrekking te hebben op diezelfde stof. Verder dient er een functionele of geografische samenhang te zijn tussen het gebied waar de luchtkwaliteit verslechtert en het gebied waar verbeteringsmaatregelen getroffen worden. De saldobenadering biedt kansen zowel voor projecten als voor de luchtkwaliteit, omdat de luchtkwaliteit er per saldo op vooruit gaat.

Sinds 2005 moeten alle steden met meer dan 100.000 inwoners, die deel uitmaken van een agglomeratie van steden, rapporteren over de luchtkwaliteit in het voorgaande jaar. In de Wet Milieubeheer is een nieuwe titel 5.2 opgenomen over luchtkwaliteit. Deze titel is op 15 november 2007 in werking getreden en vervangt het Besluit Luchtkwaliteit 2005. Titel 5.2 van de Wet milieubeheer gaat over luchtkwaliteitseisen en staat bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. De wet milieubeheer is een interpretatie van verschillende Europese richtlijnen.

Het nieuwe clean air policy package bevat een voorstel voor een richtlijn betreffende middelgrote stookinstallaties. De belangrijkste lacune in de EU-wetgeving inzake emissiebronnen (met uitzondering van landbouw) betreft de emissies van stookinstallaties met een thermisch vermogen tussen 1 en 50 MW, die belangrijk zijn om ongunstige wisselwerkingen van het beleid voor luchtkwaliteit en dat voor hernieuwbare energiebronnen (met name met betrekking tot het gebruik van biomassa) te voorkomen. De voorgestelde richtlijn inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door middelgrote stookinstallaties zal een doeltreffend instrument bieden om de verontreiniging door NOx, SO2 en PM verder te beperken door middel van aangepaste grenswaarden voor nieuwe en bestaande installaties in combinatie met een eenvoudige registratieregeling.

4.

Beïnvloedingsmogelijkheden

De richtlijn inzake nationale emissieplafonds is inmiddels aangenomen. De Raad heeft een compromistekst geschreven waar het Coreper zich achter heeft geschaard in juni 2016. Op 30 juni 2016 keurde het Parlement deze in het beginsel goed, zij hebben hierover gestemd op 23 november 2016, waarna de richtlijn is aangenomen. Er is dus geen ruimte meer voor beïnvloeding op deze richtlijn.

5.

Stakeholders

Op Europees niveau is de voornaamste stakeholder de Europese Commissie, die als hoeder van het Verdrag waakt over de implementatie van Europese wetgeving. Het Directoraat-generaal Milieu (DG ENV) is het verantwoordelijke DG binnen de Europese Commissie. Dit DG staat onder verantwoordelijkheid van eurocommissaris Karmenu Vella. Binnen DG Milieu is het directoraat levenskwaliteit, water en lucht, afdeling lucht en industriële uitstoot het meest relevant.

In het Europees Parlement is de commissie milieu, volksgezondheid en voedselveiligheid verantwoordelijk voor dit dossier. De rapporteur voor de richtlijn inzake emissieplafonds was Julie Girling (ECR) van de commissie Milieu, Volksgezondheid en Voedselveiligheid.

6.

Europees dossier

 
  • Home
Geachte bezoeker,
De Stichting Fonds Leren en Ontwikkelen Wooncorporaties (FLOW) waardeert het dat u mee wilt doen aan onze enquête. De uitkomst van deze enquête wordt gebruikt om de website beter op uw wensen af te stemmen.
Het invullen van de vragenlijst duurt slechts enkele minuten.
Klik op Doorgaan voor het invullen van de enquête. Klik op Stoppen voor het verlaten van dit scherm.