Fonds Leren en Ontwikkelen Wooncorporaties

Woningcorporaties en klimaatverandering - Flow Kenniscentrum

Flow Kenniscentrum
logo Flow Euro Portal

bij Woningcorporaties en ...

1.

Europese aanpak klimaatveranderingen

De Europese regeringsleiders spraken in maart 2007 verschillende ambitieuze doelstellingen af met als doel om klimaatverandering tegen te gaan. Het resultaat is een ingewikkeld compromis met ambitieuze doelstellingen.

De volgende drie doelstellingen voor 2020 (vergeleken met 1990) zijn in maart 2007 overeengekomen:

  • ē 
    20% vermindering van de uitstoot van broeikasgassen zoals CO2 (dit kan oplopen tot 30% wanneer er een nieuw internationaal klimaatakkoord wordt gesloten);
  • ē 
    20% minder energieverbruik;
  • ē 
    20% van het totale energiegebruik moet afkomstig zijn uit hernieuwbare energie, zoals wind- en zonne-energie.

Bovendien moet in 2020 10% van de totale behoefte aan brandstoffen in de vervoerssector gedekt worden door biobrandstof. Het doel van deze afspraken is de gemiddelde wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot minder dan 2įC: het niveau van vůůr de opkomst van de industrie.

Het Klimaatpakket

Tijdens de Europese Raad van december 2008 bereikten de lidstaten een akkoord over het pakket aan maatregelen (het 'klimaatpakket') waarmee de doelstellingen van maart 2007 moesten worden gehaald. Dit klimaatpakket, op 23 januari 2008 voorgesteld door de Europese Commissie, is vervolgens met behulp van een versnelde procedure door het Europees Parlement goedgekeurd. Hierdoor is het klimaat- en energiepakket al in 2013 in werking getreden.

Het pakket bestaat uit zes concrete maatregelen:

  • ē 
    Herziening van de handel in emissierechten (ETS), waarbij regels voor minder CO2-uitstoot gaan gelden;
  • ē 
    Het opstellen van nationale doelstellingen om een vermindering van 10% in de uitstoot van broeikasgassen te bereiken in sectoren die buiten het emissiehandelssysteem vallen (o.m. transport, landbouw en afvalverwerking);
  • ē 
    Minder broeikasgassen uit transportbrandstoffen;
  • ē 
    Nieuwe regels ter bevordering van de opvang en opslag van CO2;
  • ē 
    20% hernieuwbare energie in de totale EU-energieconsumptie, waarbij de doelstellingen per lidstaat bepaald zullen worden;
  • ē 
    Vermindering van CO2-uitstoot van nieuwe auto's.

In het klimaatpakket zijn vanwege het moeizame onderhandelingsproces uitzonderingen opgenomen voor bepaalde landen en industrieŽn. Bij het vaststellen van de specifieke doelstellingen per lidstaat is uitgegaan van het principe 'de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten'. Voor Nederland komen de doelstellingen neer op een reductie in de uitstoot van broeikasgassen van 15% en 14% hernieuwbare energie op het totale energieverbruik.

Emissiehandelssysteem (ETS)

Het emissiehandelssysteem bevoordeelt schone industrieŽn en ondernemingen die investeren in schone technologieŽn en projecten in Europa of elders in de wereld. Bedrijven krijgen een bepaalde hoeveelheid emissierechten toegekend. Elk emissierecht staat voor een bepaalde hoeveelheid toegestane uitstoot van broeikasgassen. Wanneer een bedrijf minder uitstoot dan is toegestaan op basis van haar emissierechten, houdt zij emissierechten over. Bedrijven die echter boven hun toegekende aantal emissierechten uitkomen zijn hierdoor gedwongen om emissierechten over te kopen van de bedrijven die emissierechten over hebben. Doen zij dit niet, dan kunnen zij niet verder produceren. Doordat vervuiling geld gaat kosten en de schaarste van emissierechten de prijs opdrijft, is het goedkoper en dus aantrekkelijker om 'schoon' te produceren.

In februari 2010 heeft de Parlementaire Commissie voor de Klimaatverandering een voorstel voor een gestandaardiseerd systeem voor de registratie van handel in emissierechten goedgekeurd. Dit houdt in dat de nationale emissielimieten vervangen zijn door ťťn Europese limiet. Dit systeem wordt beschouwd als ťťn van de belangrijkste beleidsmiddelen om klimaatverandering en het broeikaseffect tegen te gaan. Het reguleert meer dan 11.000 energiecentrales, industriŽle ondernemingen en vliegtuigmaatschappijen. Het is daarmee het eerste en grootste internationale systeem voor de handel in emissierechten. Elk jaar zal de toegestane hoeveelheid emissies verlaagd worden, zodat emissies in 2020 21% lager zullen zijn dan in 2005. Het emissiehandelssysteem bestaat uit verschillende fases. Momenteel bevinden wij ons in de derde fase die loopt van 2013 tot 2020.

Het groenboek klimaat- en energiebeleid voor 2030

Voor de ontwikkeling van klimaat- en energiebeleid voor 2030 heeft de Commissie een groenboek opgesteld dat moet leiden tot verdere discussie en concrete voorstellen over de inhoud van het energiebeleid van de Europese Unie voor 2030. Het doel van het groenboek is om belanghebbenden te raadplegen en informatie en standpunten te verzamelen ter ondersteuning van de ontwikkeling van het klimaat- en energiebeleid voor 2030. De Commissie houdt rekening met de lange termijn visie die de Commissie in 2011 heeft uiteengezet in de 'Routekaart naar een concurrerende koolstofarme economie in 2050', het 'Stappenplan energie 2050', en het 'Witboek vervoer'.

Deze plannen zijn ontwikkeld met als doel de uitstoot van broeikasgassen in de EU in 2050 met 80-95% te verminderen ten opzichte van 1990. Om dit resultaat daadwerkelijk te behalen moet de uitstoot van broeikasgassen in 2030 al met 40% zijn verlaagd. Het vergroten van het aandeel van hernieuwbare energie in 2030 en de aanleg van een betere en slimmere energie-infrastructuur zijn hierbij noodzakelijk. Het garanderen van de energiebevoorrading en het stimuleren van de groei, de concurrentiepositie en de werkgelegenheid blijven echter de belangrijkste doelstellingen.

Op 23 oktober 2014 hebben de regeringsleiders het klimaat en energie kader aangenomen. Dit kader stelt de doelen met betrekking tot klimaat en energie voor 2030. Besloten werd dat de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 40% verminderd moet worden in vergelijking met 1990. Dit is in lijn met de andere doelen van het 2030 raamwerk voor klimaat en energie. Dit doel verzekert de EU ervan op koers te liggen voor de vermindering met 80% in 2050. Om dit doel te halen zullen de sectoren die onder het Emissie handelssysteem vallen, hun emissies met 43% moeten verminderen in vergelijking tot 2005.

Het tweede doel is een vergroting van het aandeel hernieuwbare energie tot tenminste 27%. Hernieuwbare energie zal een sleutelrol gaan vervullen in de transitie naar een competitief, veilig en duurzaam energie systeem. Ten derde moet de energie efficiŽntie worden verhoogt met tenminste 27%. De Europese Commissie had een verhoging van de efficiŽntie van 30% voorgesteld, maar de Raad hield vast aan een indicatief percentage van 27%, dat in 2020 herzien zal worden.

Tot slot zal er een hervorming van het emissiehandelssysteem plaatsvinden. Vanaf 2020 zal dit een jaarlijkse vermindering van 2,2% betekenen met betrekking tot de uitstoot van broeikasgassen.

2.

Wat betekent dit voor woningcorporaties?

De Europese strijd tegen klimaatverandering heeft verschillende ambitieuze doelstellingen opgeleverd, maar geeft lidstaten wel de vrijheid om een concreet plan van aanpak op te stellen om de doelstellingen voor 2020 te bereiken. Nationale overheden zullen inzetten op een drastische vermindering van het totale energieverbruik. Dit zal de nodige gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de bouw van nieuwe huizen en gebouwen. Daarnaast zal de nationale overheid ongetwijfeld steeds verder aandringen op besparing van energie in bestaande huizen en gebouwen, bijvoorbeeld door betere isolatie. Door nu al rekening te houden met de gestelde doelstelling om energieverbruik met 20% terug te dringen bij nieuwe bouwprojecten, kunnen woningcorporaties hoge kosten in de toekomst voorkomen.

De doelstelling om de uitstoot van broeikasgassen met 40% te verminderen, heeft ook invloed op de werkwijze van woningcorporaties. Gebouwen krijgen te maken met strengere regels en in de transportsector en de bouw moeten maatregelen genomen worden. Ondanks het feit dat elke lidstaat een zekere vrijheid geniet bij de uitvoering van de gestelde doelstellingen, is het verstandig om ook op deze trend te anticiperen en hiermee rekening te houden in de strategie voor de komende jaren.

De Europese strijd tegen klimaatverandering biedt woningcorporaties ook de nodige kansen. Naast het feit dat zij in de toekomst kunnen profiteren van energiebesparingen, zullen zowel de EU als de nationale overheden milieuvriendelijke oplossingen en werkwijzen stimuleren door bijvoorbeeld subsidies aan te bieden. De Rijksoverheid biedt ook verschillende subsidies aan voor duurzaam bouwen. Zo is er de 'Groenregeling' voor goedkope financiering voor duurzaam vastgoed, de 'Tender NESK' voor energiezuinige scholen en kantoren en 'MIA': belastingvoordeel voor duurzame bedrijfsinvesteringen. Daarnaast kunnen ook de gemeenten en provincies subsidies verstrekken voor duurzaam bouwen en/of verbouwen.

De Nederlandse overheid heeft in september 2013 een Energieakkoord gesloten met verschillende maatschappelijke instellingen en organisaties over energiebesparing, schone energietechnologieŽn en klimaatbeleid. Het doel is hiermee betaalbare en schone energievoorziening en werkgelegenheid te bewerkstelligen. Het akkoord bevat onder andere specifieke doelstellingen ten aanzien van energiebesparing voor woonconsumenten. Het Europees Semester 2017 verslag van de Commissie wijst uit dat er meer efficiŽntie in het gebruik van productiemiddelen is behaald, bijvoorbeeld met betrekking tot duurzame bouw en energiebesparing. Nederland is goed op weg om de targets van energie efficiŽntie te behalen.

Vanaf 1 januari 2021 moeten alle nieuwe gebouwen in Nederland energie neutrale gebouwen (BENG) zijn. De energieprestatie van BENG wordt bepaald aan de hand van drie eisen: de maximale energiebehoefte in Kwh per m2 gebruiksoppervlak per jaar, het maximale primair fossiel energiegebruik, en het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten. De eisen zijn nog niet definitief, in 2018 zal getoetst worden welke eisen op een kosten optimaal niveau liggen, zodat het beleid financieel haalbaar is. De voornaamste consequentie zal zijn dat gebouwen beter geÔsoleerd en luchtdicht gebouwd worden.

3.

BeÔnvloedingsmogelijkheden

De Europese strategie tegen klimaatverandering bevat geen dwingende maatregelen en geeft de individuele lidstaten de ruimte om zelf met een plan van aanpak te komen om de gestelde doelstellingen te verwezenlijken. Ondanks het feit dat er geen sancties opgelegd kunnen worden om lidstaten te dwingen milieuvriendelijker te zijn, lijkt het erop dat er serieus werk gemaakt zal worden van het klimaatpakket.

BeÔnvloeding dient daarom hoofdzakelijk op nationaal niveau plaats te vinden. Nationale en regionale overheden zullen de komende jaren immers een breed scala aan maatregelen moeten nemen om de gestelde doelstellingen voor 2020 en 2030 daadwerkelijk te bereiken.

Desondanks loont het om ook internationale en Europese ontwikkelingen in de gaten te houden. Zo zal de Europese Commissie regelmatig onderzoeken wat de effecten zijn van de maatregelen die zijn genomen in het kader van het klimaatpakket.

4.

Stakeholders

Op Europees niveau is DG Klimaat (CLIMA) verantwoordelijk voor het klimaatdebat. Eurocommissaris Arias CaŮete staat aan het hoofd van dit DG. Daarnaast zijn ook DG Energie (ENER), eveneens onder de verantwoordelijkheid van CaŮete, en DG Milieu (ENVI) belangrijke spelers in het klimaat- en energiedebat. De Maltees Karmenu Vella is eurocommissaris van DG Milieu.

5.

Europees dossier

6.

Meer informatie

 
  • Home
Geachte bezoeker,
De Stichting Fonds Leren en Ontwikkelen Wooncorporaties (FLOW) waardeert het dat u mee wilt doen aan onze enquÍte. De uitkomst van deze enquÍte wordt gebruikt om de website beter op uw wensen af te stemmen.
Het invullen van de vragenlijst duurt slechts enkele minuten.
Klik op Doorgaan voor het invullen van de enquÍte. Klik op Stoppen voor het verlaten van dit scherm.