Fonds Leren en Ontwikkelen Wooncorporaties

Woningcorporaties en diensten van algemeen economisch belang - Flow Kenniscentrum

Flow Kenniscentrum
logo Flow Euro Portal

bij Woningcorporaties en diensten van ...

Sedert enkele jaren speelde de vraag in hoeverre de regels van het Verdrag en met name de mededingingsregels van toepassing zijn op ondernemingen die belast zijn met diensten van algemeen economisch belang, zoals de woningcorporaties.

Deze diensten van algemeen economisch belang (DAEB) spelen een sleutelrol in het politieke debat. Zij houden rechtstreeks verband met de vraag welke rol de overheid binnen de markteconomie speelt. Enerzijds door toe te zien op een soepele marktwerking en de naleving van de regels door alle betrokken partijen, en anderzijds door het algemene belang te garanderen. Dit gebeurt door te voorzien in fundamentele behoeften en de openbare dienstverlening in stand te houden indien de markt het laat afweten.

DAEB ontkomen niet aan de mededingingsregels van de Europese Unie. De Europese Unie erkent de speciale status van DAEB, maar wil ook voorkomen dat de overheidsbetrokkenheid bij de uitvoering van de DAEB leidt tot oneerlijke concurrentie op de interne markt. Er kan dan sprake zijn van verboden staatsteun. De criteria voor het verlenen van staatsteun aan DAEB zijn bepaald door het Europese Gerechtshof in het Altmark-arrest (zie onderstaand) en werden verder uitgewerkt in het Actieplan Staatssteun in 2005.

Als diensten aangemerkt worden als diensten van algemeen economisch belang, dan hebben ze een speciale status als het gaat om staatsteun. De Europese Commissie heeft in het huidige zogenaamde DAEB-pakket een passage opgenomen waarin voor sociale huisvesting een uitzondering wordt gemaakt. De staatssteun hoeft dan niet voor toetsing aan de Europese Commissie voorgelegd te worden. Deze uitzondering is wel aan voorwaarden onderhevig, die voortkomen uit het Altmark-arrest. Deze voorwaarden zijn vastgelegd in de beschikking van de Europese Commissie over staatssteun aan Nederlandse woningcorporaties.

Volgens de Europese Commissie hebben geringe compensatiebedragen die worden toegekend aan ondernemingen die met het beheer van een DAEB zijn belast en die een beperkte omzet hebben, geen invloed op het handelsverkeer en de mededinging in een mate die strijdig is met het belang van de Europese Gemeenschap. Daarom heeft zij een vrijstelling van de aanmeldingsplicht bij de Europese Commissie in het leven geroepen. Deze limiet noemt men de minimis. In de verordening van 25 april 2012 wordt de limiet op 500.000 euro over een periode van drie jaar bepaald. Voor leningen en garantiestellingen door de Nederlandse staat geldt dezelfde limiet.

Effect op de Nederlandse woningcorporaties

Zie het dossier ‘Europese beschikking’.

1.

Stand van zaken

De regels voor staatsteun en DAEB zijn gebaseerd op een uitspraak van het Europese Hof van Justitie in het Altmark-arrest van 2003. Het Hof was van mening dat staatsteun mogelijk is onder bepaalde voorwaarden. De vier criteria voor het verlenen van staatsteun die hieruit naar voren zijn gekomen zijn als volgt:

  • • 
    De ontvangende partij moet een publieke functie uitoefenen en die publieke functie moet duidelijk zijn gedefinieerd.
  • • 
    De beperkingen waarop de compensatie is berekend moeten van te voren op een objectieve en transparante manier kenbaar zijn gemaakt, om economische voordelen te vermijden die een bepaalde onderneming zouden toekomen.
  • • 
    De compensatie mag de gemaakte kosten voor het uitvoeren van de publieke dienst niet overstijgen, rekening houdend met de relevante kwitanties en een aanvaardbaar winstpercentage voor het uitvoeren van de verplichtingen.
  • • 
    Als de partij die de publieke dienst uitvoert niet is gekozen op basis van een publieke aanbestedingsprocedure die de diensten tegen een zo laag mogelijke kostprijs kan leveren, moet worden uitgegaan van het niveau van compensatie dat een soortgelijke onderneming, met goed bestuur en capaciteiten, zou hebben ontvangen bij het leveren van een zelfde dienst, rekening houdend met de relevante kwitanties en een aanvaardbaar winstpercentage voor het uitvoeren van de verplichtingen.

Het laatste punt van het Altmark-arrest geeft aan dat een onderneming die een publieke taak uitvoert een zo klein mogelijke belasting op de gemeenschap moet zijn. De huidige DAEB regels staan toe dat de kosten voor een publieke dienst worden vergoed, losstaand van het feit of een bedrijf de dienst op een efficiënte manier kan leveren.

Na het Altmark-arrest legde de Europese Commissie in 2005 de speciale rol van DAEB vast. Dit zogenaamde DAEB-pakket werd op 20 december 2011 voor het laatst herzien. Normaliter moet alle staatssteun aangemeld worden bij de Europese Commissie, die de steun vervolgens moet goedkeuren. Voor bepaalde soorten DAEB, waaronder sociale huisvesting, kwam er een uitzondering. Deze DAEB moeten nog altijd aan de voorwaarden uit het Altmark-arrest voldoen. Voor de Nederlandse wooncorporaties zijn deze voorwaarden vastgelegd in de Beschikking van de Europese Commissie van 15 december 2009. Verder moet verstrekte steun voor DAEB vastgelegd worden door een officieel besluit van de lidstaat. Daarin moet de lidstaat op transparante wijze aangeven hoe en aan wie de staatssteun voor de DAEB wordt verstrekt. Ook moet de lidstaat ervoor zorgen dat de compensatie niet meer dan kostendekkend is en maatregelen nemen in het geval van overcompensatie.

2.

Beïnvloedingsmogelijkheden

Het debat rondom de DAEB speelt al geruime tijd op Europees niveau. Sinds 2003 zijn er verschillende mededelingen over het onderwerp verschenen. De Europese Commissie is echter nooit overgegaan tot een juridisch bindende richtlijn voor de DAEB. Over diensten van algemeen belang is in 2007 een apart protocol vastgesteld dat aan het Hervormingsverdrag van de EU wordt gehecht. In het protocol zijn de gedeelde waarden van de gemeenschap met betrekking tot DAEB vastgelegd.

Verder heeft de Commissie de nieuwe Single Market Act gepresenteerd in oktober 2010, dat 50 voorstellen behelst om het interne marktproject weer in het middelpunt van Europese integratie te stellen. De Commissie erkent het belang voor diensten van het algemeen belang voor de interne markt en geeft dit aan in de mededeling uit 2011 over het belang van de interne markt. Volgens een mededeling van de Commissie (COM 2007/725, zie onderstaand) zijn diensten van het algemeen economisch belang een subcategorie van diensten van het algemeen belang. De mededeling is daarom van toepassing op de DAEB. Het initiatief bestaat uit drie onderdelen. Ten eerste ontwerpt de Commissie een ‘tool-kit’ voor (lokale) overheden. De tool-kit helpt overheden rekening te houden met Europese regelgeving (bijvoorbeeld betreffende aanbesteding), maar maakt het ook mogelijk diensten van het algemeen belang sectoraal of transnationaal te vergelijken. Ten tweede biedt de mededeling een kader voor Europeanen om de kwaliteit van diensten van het algemeen belang te vergelijken. Dit geldt vooral voor netwerken van markten die momenteel geliberaliseerd worden, zoals de post-, transport- en energiemarkt. Ten derde gaat de Commissie beter haar best doen om de daad bij het woord te voegen en meer rekening te houden met diensten van het algemeen belang tijdens het opstellen en uitvoeren van haar eigen beleid. De Commissie wil bijvoorbeeld sneller antwoord geven op praktische vragen van burgers en overheden over het effect van Europese regelgeving op diensten van het algemeen belang. Daarnaast wil de Commissie een kader opstellen om de kwaliteit van diensten van het algemeen belang op Europees niveau te kunnen beoordelen. Als laatste bekijkt de Commissie de mogelijkheid om aan essentiële behoeftes van Europese burgers tegemoet te komen door middel van een universele dienstverplichting. Dit is een potentieel drukmiddel om bijvoorbeeld de verspreiding van breedband internet in Europa – een prioriteit van de Commissie – te bespoedigen.

België heeft tijdens het voorzitterschap – wat eind 2010 afliep – een nieuwe dimensie aan de discussie gegeven, door zich sterk te maken voor het begrip ‘Sociale Diensten van het Algemeen Belang’ (SDAB). SDAB zijn juridisch niet zeer precies gedefinieerd, maar worden gezien als lokale diensten gekoppeld aan waarden zoals gelijkheid, insluiting en solidariteit. Verder dient de toegang tot SDAB universeel en betaalbaar te zijn. Omdat SDAB niet in de verdragen voorkomen, valt het tussen de DAEB en Diensten van Algemeen Niet-Economisch Belang (DANEB) in. België vindt dat sociale diensten een erg economische connotatie krijgen. De toepassing van Europese regels ten aanzien van staatsteun, overheidsopdrachten en vrije dienstverlening gaat erg ver. Belgisch minister van Sociale Zaken Onkelinx heeft de Commissie dan ook opgeroepen om de ‘horizontale sociale clausule’ uit het Verdrag van Lissabon na te leven. Volgens deze clausule dient de EU rekening te houden met een scala aan sociale doelstelling tijdens het opstellen en uitvoeren van beleid. Op 6 december nam de Raad van Ministers een resolutie aan dat de conclusie deelde met een rapport van het Belgisch voorzitterschap. De Europese Raad spoort de Commissie in haar conclusies aan om een duidelijker juridisch kader te scheppen van wat een sociale dienst van algemeen belang precies is en wat de grens is van economisch en niet economisch. De meerdere functies van woningbouwcorporaties maken het lastig om te bepalen hoe een dienst van algemeen belang wordt gedefinieerd in verschillende sectoren zoals de bouw of de sociale taken van woningbouwcorporaties. Ook het Europees Parlement heeft zich met het debat bemoeid en Europarlementariër Proinsas De Rossa (Socialisten & Democraten) werd aangewezen als Rapporteur. Op 2 maart 2011 verscheen zijn conceptrapport.

3.

Stakeholders

Binnen de Europese Commissie is het Secretariaat-Generaal hoofdverantwoordelijke voor de diensten van algemeen belang. Head of Unit Marcel Haag is de dossierhouder. Europarlementariër De Rossa was rapporteur voor SDAB in de Parlementaire commissie voor werkgelegenheid en sociale zaken.

4.

Meer informatie

 
  • Home
Geachte bezoeker,
De Stichting Fonds Leren en Ontwikkelen Wooncorporaties (FLOW) waardeert het dat u mee wilt doen aan onze enquête. De uitkomst van deze enquête wordt gebruikt om de website beter op uw wensen af te stemmen.
Het invullen van de vragenlijst duurt slechts enkele minuten.
Klik op Doorgaan voor het invullen van de enquête. Klik op Stoppen voor het verlaten van dit scherm.