Fonds Leren en Ontwikkelen Wooncorporaties

De Europese energie-efficiŽntiedossiers voor eindgebruikers - Flow Kenniscentrum

Flow Kenniscentrum
logo Flow Euro Portal

De richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficientie uit 2012 (kortweg ďREEĒ) is een intrekking van onder andere richtlijn 2006/32/EG over energie-efficiŽntie voor eindgebruikers uit 2006. Richtlijn 2006/32/EG had als doel het efficiŽnter en kosteneffectiever maken van energieverbruik door zogenaamde Ďeindgebruikersí, oftewel 'natuurlijke personen of rechtspersonen die energie koopt voor eigen eindgebruik'. Deze doelstelling moest bereikt worden door allereerst juridische, institutionele en financiŽle belemmeringen voor veelbelovende projecten weg te nemen. Daarnaast dienden dergelijke projecten verder gefaciliteerd te worden door bijvoorbeeld subsidies of belastingvoordelen aan te bieden. Tevens moest de eindgebruiker worden gemobiliseerd om hen op deze wijze bewuster met energie te laten omgaan.

Deze maatregelen moesten resulteren in significante energiebesparingen in de komende jaren. De richtlijn stelt dat de lidstaten voor het jaar 2016 9% energie moeten besparen op het huidige gemiddelde eindverbruik van energie dat onder het toepassingsgebied van de richtlijn valt. De zeevaart, de luchtvaart en de eindverbruikers onder het toepassingsgebied van emissiehandel en defensie tellen hierbij niet mee. De doelstelling is indicatief, maar stelt wel dat de lidstaten kostenverminderende, efficiŽnte en redelijke maatregelen moeten nemen om de doelstelling te halen. De intrekking van het artikel (art. 4) van Richtlijn 2006/32/EG waar dit in stond is pas van kracht gegaan op 1 januari 2017. De rest van de Richtlijn werd ingetrokken met ingang van 5 juni 2014.

Richtlijn 2006/32/EG verplichtte in art. 4 tevens alle EU-lidstaten om driejaarlijks een Nationaal Energie EfficiŽntie Actie Plan (NEEAP) uit te brengen met daarin onder andere de strategie, de maatregelen en een tijdschema voor het bereiken van de 9% indicatieve streefwaarde in 2016. De resultaten van deze nationale actieplannen zijn door de Europese Commissie samengevat en openbaar gemaakt in de vorm van COM(2008)11. In 2014 presenteerde Nederland het derde NEEAP waarin het de berekening van de in de periode 2011-2013 behaalde en verwachte besparingen toonde.

Richtlijn 2012/27/EU legt een gemeenschappelijk kader met maatregelen vast voor de bevordering van energie-efficiŽntie binnen de Unie, om ervoor te zorgen dat de Unie de kerndoelstelling van 20 % meer energie-efficiŽntie in 2020 haalt en om de weg te effenen voor verdere verbeteringen van de energie-efficiŽntie na die datum. Deze richtlijn legt net als Richtlijn 2006/32/EG de verplichting op aan lidstaten om een nationaal actieplan voor energie-efficientie te presenteren, en bouwt hiermee voort op de ingetrokken richtlijn. Uiterlijk 30 juni 2014, en vervolgens iedere 3 jaar, dienen de lidstaten een NEEAP in te dienen. Het vierde NEEAP stamt uit april 2017. Het actieplan bevat een beschrijving van maatregelen ter bevordering van energie-efficiŽntie in Nederland, een berekening van de in de periode 2011-2015 behaalde en verwachte besparingen en overige rapportageverplichtingen voortvloeiend uit de richtlijnen, REE en EPBD (Energieprestatie Gebouwen Richtlijn). De behaalde resultaten en progressie voor het jaar 2016 zijn in het jaarrapport 2017 genoteerd voor Nederland.

Op 17 november 2009 kwamen het Europees Parlement en de Raad tot een akkoord over een tussentijdse aanpassing van de labeling van energie-efficiŽnte producten. De technologische vooruitgang van de afgelopen jaren had er namelijk voor gezorgd dat een toenemend aantal producten de hoogste ĎAí markering toegewezen kregen waardoor het niet langer mogelijk was om duidelijk te markeren welk product het efficiŽntst was. Om deze reden worden nu dan ook drie nieuwe categorieŽn gecreŽerd, oplopend tot A+++. Hiermee kan duidelijker worden aangegeven hoe efficiŽnt een product is in vergelijking met de concurrentie. Daarnaast werd afgesproken dat het label verplicht zal worden gesteld voor een verplicht aantal producten en dat producenten toegewezen labels duidelijk moeten vermelden in reclames en folders van hun producten. Op deze wijze kan de consument producten makkelijker vergelijken op energie-efficiŽntie.

1.

Het effect op woningcorporaties

Deze richtlijn heeft de nodige gevolgen voor woningcorporaties. De Nederlandse aanpak beslaat een breed scala aan maatregelen, zoals het instellen van belastingen op energie naar rato van gebruik, belastingvoordelen voor energie-efficiŽnte investeringen, en het beschikbaar stellen van subsidies. Maatregelen die specifiek de woningbouwcorporaties treffen zijn bijvoorbeeld de strengere maatstaven die worden gehanteerd bij assessments van woningen in het kader van het ĎMeer voor minderí Plan en pilots met energiebesparing door woningen van onder andere woningcorporaties beter te isoleren.

De maatregelen zullen over het algemeen het onaantrekkelijker maken om inefficiŽnt om te gaan met energie. Deze maatregelen bieden ook de nodige kansen doordat woningcorporaties gebruik kunnen maken van de beschikbare subsidies, belastingvoordelen en door de overheid gestimuleerde pilots. Het kan dan ook lonend zijn om dergelijke mogelijkheden nader te onderzoeken

2.

Europees dossier

3.

Meer informatie

 
  • Home
Geachte bezoeker,
De Stichting Fonds Leren en Ontwikkelen Wooncorporaties (FLOW) waardeert het dat u mee wilt doen aan onze enquÍte. De uitkomst van deze enquÍte wordt gebruikt om de website beter op uw wensen af te stemmen.
Het invullen van de vragenlijst duurt slechts enkele minuten.
Klik op Doorgaan voor het invullen van de enquÍte. Klik op Stoppen voor het verlaten van dit scherm.